RSS

De ambtenaren van onze Belastingdienst

22 feb

 

‘ Over de ambtenaren van onze Belastingdienst is veel te doen en er werd en wordt nog steeds veel over hen geschreven en gezegd, met name in verband met “de Toeslagen-affaire,” maar wat de ambtenaren er zelf van denken, dat weet ik niet. Vooral degenen op de werkvloer, de mieren die het eigenlijke werk doen. Toch lijken me ook dat perspectief en die narratieven, van eminent belang bij het eventueel willen verbeteren van het functioneren van die dienst. Ik heb echter nog nergens gehoord of gelezen dat dat een punt van aandacht vormt. “Men” lijkt – ook met de voorgenomen parlementaire enquête – doodleuk op dezelfde weg door te denderen als waarlangs de ellende is begonnen: “men” praat over iedereen en alles (over de gedupeerden van de Toeslagenaffaire en over de ambtenaren bij de Toeslagendienst) maar niet met hen. Uiterst vreemd.’

  • Terwijl er net een dikke “etnografie” van de Belastingdienst is gepubliceerd door Jesse Frederik (ISBN 978 90 830 78915, 388 bladzijden). Het ligt zó voor de hand om aan ambtenaren van de dienst(en) waarover Frederik bericht, te vragen of en in hoeverre zij zich in die beschrijvingen herkennen en waarin zij zich helemaal niet herkennen. Het zou een in dat gremium, die biotoop, een totaal onbekende aanpak betekenen (vermoed ik), maar dat kan toch geen reden zijn om niet voor zo’n voor de hand liggende benadering te kiezen? Op de keper beschouwd, vind dat niet meer dan doodgewoon fatsoenlijk.’

‘ Daar wonen geen antropologen, denk ik. Heb jij het boek intussen gelezen?’

  • ‘ Niet van kaft tot kaft, maar wel enkele hoofdstukken. Hoofdstuk 18 bijvoorbeeld. Ik krijg de indruk dat de ambtenaren met anderhalve hand op de rug gebonden moesten werken. Om maar niet van racisme beschuldigd te worden. Ontzettend frustrerend moet dat zijn.
    Een citaat:  << Medewerkers worden in de media afgeschilderd als racistische fraudejagers, terwijl ze – ongevraagd en bij herhaling – aan het ministerie hebben proberen uit te leggen waarom dit bezijden de waarheid is. Als ze al om input worden gevraagd voor Kamerbrieven en antwoorden op Kamervragen, dan wordt hun boodschap door medewerkers van het ministerie van Financiën volgens hen ‘hertaald’ naar politiek gewenste formuleringen. Het ministerie wijst dan met de vinger naar de afdeling Toeslagen.
    Maar juist medewerkers van de afdeling Toeslagen waarschuwden meermaals dat de wet ongemeen hard was. Noch het ministerie van Financiën noch het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid  voelde zich geroepen daar iets mee te doen. Opeenvolgende bewindslieden verkondigden in Kamerdebatten plechtig dat de wet nu eenmaal hard was, zonder dat dit vervolgens een noemenswaardige respons uitlokte van Kamerleden. [bladzijde 295] >>Als uitsmijter heeft Hoofdstuk 18 op bladzijde 297 een adviserende conclusie van de vertrouwenspersonen: <<  ‘Het is van belang dat de verschillende visies op de werkelijkheid weer naar elkaar toe groeien’, besluiten ze hun rapport. >>

    Er zit helaas geen register, geen index, bij het boek en dat vind ik hinderlijk en het werkt belemmerend bij de manier van lezen die ik – en jij ook neem ik aan – bij zo’n boek gewend ben.’

‘ Dat klopt. Dat er geen register bijzit vind ik een ernstige omissie. Dat zou een mooie aanzet zijn voor de ambtenaren die het boek zouden willen lezen (je vraagt het ze natuurlijk op basis van vrijwilligheid): jullie krijgen het boek (plus de digitale tekst) en maak daar al lezend een register op. Maak aantekeningen van de passages waar je het eens/oneens mee bent en vertel waarom. Het zou een begin kunnen zijn.’

  • ‘ Je zou er rollenspelen op kunnen construeren en nog veel meer leuke dingen mee doen. Het is echter een benadering die hoogstwaarschijnlijk ten enenmale buiten het blikveld en denkraam van de betrokkenen ligt.’

‘ Ik las een recensie van Jeroen Wester (NRC 18 februari 2021) die voor zover ik aan de hand van mijn lectuur kan beoordelen, de strekking van het boek op hoofdpunten aardig vat en weergeeft.’

  • ‘Daar ben ik het mee eens, terwijl een tweegesprek tussen de twee bestuurskundigen mij weinig tot niets zei. Dat vind ik een treffende indicator: de domeindeskundigen praten op een heel ander “niveau” over de zaken – noem het desnoods een metaniveau – dan dat wij doen.’

‘ Wat mij betreft praten ze er voornamelijk langs, en draaien ze rond in het hen vertrouwde concepten-universum en jargon, maar dat is misschien iets te hard geoordeeld. Enfin, we zullen zien. Ik heb er helaas geen hoge verwachtingen van, van die parlementaire enquête en het circus wat daar ongetwijfeld omheen zal worden opgetuigd, bedoel ik.’

  • ‘ Het zou beroerd zijn, wanneer zo’n circus onze ambtenaren nog meer in het verdomhoekje zou drukken dan ze nu toch al zitten.’

 

 

 
Leave a comment

Posted by on februari 22, 2021 in actualiteit

 

Tags: , , ,

Comments are closed.