RSS

Tag Archives: L’Étranger

De moeder-zee en zee-moeder in “De vreemdeling” van Albert Camus

door Jerry Mager
gepost op nelpuntnl.nl, 2014 oktober 27-28

“The Oedipal incest occurs, or imagines that it occurs, or is interpreted as if it occurs, as an incest with the mother, who is a territoriality, a reterritorialization. Schizo-incest takes place with the sister, who is not a substitute for the mother, but who is on the other side of the class struggle, the side of maids and whores, the incest of deterritorialization”
Gilles Deleuze & Félix Guattari (1986/1975:67): Kafka: Toward a Minor Literature 

Het tragische voorval waardoor Meursault, de hoofdpersoon uit ‘De Vreemdeling’ van Albert Camus, in de gevangenis belandt en ter dood wordt veroordeeld, speelt zich aan zee en op het strand af. Meursault schiet daar een arabier dood. Tijdens het strafproces dat hij vervolgens ondergaat, verschuift het accent echter snel van de moord op de arabier naar de begrafenis van Meursaults moeder, waar het verhaal mee begint.
Uiteindelijk zal het feit dat Meursault volgens het franse koloniale establishment – het verhaal speelt zich in koloniaal Algerije af – in relatie tot zijn moeders dood en begrafenis niet de gepaste emoties etaleert, Meursault de das omdoen.

“The individual tends to treat the others present on the basis of the impression they give now about the past and the future. It is here that communicative acts are translated into moral ones.  ….
Since the sources of impression used by the observing individual involve a multitude of standards pertaining to politeness and decorum, pertaining both to social intercourse and task performance, we can appreciate afresh how daily life is enmeshed in moral lines of discrimination.”
Erving Goffman (1958:161): The Presentation of Self in Everyday Life

Maman Meursault domineert het verhaal en daar word je als lezer op subliminaal niveau van doordrongen in hoofdstuk 6. Tenminste, als je de tekst in het frans leest. Ik gebruik de franse editie van Gallimard, Folio in een druk uit 2014. Daarnaast de nederlandse vertaling van Adriaan Morriën in de dertigste druk uit 2011. Af en toe pak ik de nieuwste Engelse versie, die van Sandra Smith (2013: The Outsider) erbij.
Iedere vertaling van L’Étranger komt neer op een andere versie, omdat het frans van Camus onmogelijk precies kan worden overgezet in een andere taal.

la mer & la mère
In hoofdstuk 6 gaat Meursault met zijn vriendin Marie Cardona en buurman Raymond Sintès – een ongeletterde souteneur die onlangs een arabische vrouw die voor hem werkt, heeft afgetuigd – op een zondag naar zee. Daar op het strand, schiet hij de arabier dood. Die arabier is een broer van de afgetuigde vrouw.
De arabier is hoogstwaarschijnlijk in overtreding (hors territoire) door zich op dat strand te bevinden. In koloniaal Algerije waren recreatieve stranden verboden gebied voor inlanders en honden. Net als vele zwembaden in Nederlandsch-Indië dat waren. Het pikante is dat zee (la mer) en moeder (la mère) in het frans hetzelfde klinken, het zijn homoniemen en bovendien beide vrouwelijk. Een derde homoniem in dit rijtje is le maire, de burgemeester, maar dit woord is mannelijk, hoewel er curieus genoeg die vrouwelijke ‘e’ aan vast zit.

Bovendien personifieert Camus de zee: ‘la mer immobile’ / ‘la mer éclatante’ (p. 78) / ‘la mer haletait’ (p.89) / ‘La mer a charrié un souffle épais et ardent’ (p. 92).

la mer et nous_2

incest met de zee?
Op bladzijde 81 (franse editie) bedrijven Marie en Meursault de liefde in de zee : ‘Marie m’a dit que je ne l’avais pas embrassée depuis ce matin. C’était vrai et pourtant j’en avais envie. “Viens dans l’eau”, m’a-t-elle dit. Nous avons couru pour nous étaler dans les premières petites vagues. Nous avons fait quelques brasses et elle s’est collée contre moi. J’ai senti ses jambes autour des miennes et je l’ai désirée. ‘  Morriën vertaalt (p. 54) dit met: ‘Marie zei me dat ik haar de hele ochtend nog geen kus had gegeven. Dat was waar en toch had ik er zin in’ en de laatste zin als: ‘Ik voelde haar benen om de mijne heen, zodat mijn begeerte naar haar werd gewekt.’ In het frans staat ‘en ik begeerde haar’, en dat kun je helaas niet vertalen met ‘en ik bekende haar’. Ten eerste staat dat er in het frans bijna niet en ten tweede weet bijna geen nederlandse lezer meer wat het oudtestamentische ‘een vrouw bekennen’ betekent. ‘Embrasser’, betekent weliswaar ook kussen, maar tevens omhelzen.

Marie zegt tegen Meursault dat ze sinds de vroege ochtend nog niet hadden gevreën, en daar gevoelt Meursault wel lust toe ‘avoir envie’. Ze gaan in ieder geval zo ver de zee in dat ze nog kunnen staan, anders had Marie haar benen niet om die van Meursault heen kunnen slaan. Tijdens de omhelzing zouden ze hun armen niet kunnen gebruiken en kopje onder gaan. Je kunt je afvragen  hoe ver ze de zee ingaan: tot het water ze aan het kruis komt, lager, iets boven de knieën, tot aan de navel of nog hoger? Ze zullen het hoofd tijdens de exercitie toch in ieder geval boven water houden, vermoed ik.
Embrasser, want Camus kon onmogelijk het werkwoord baiser (neuken, naaien; le baiser = de kus, zoen) gebruiken, dat zou te vulgair zijn. Hij schept een atmosfeer, een suggestieve sfeer, door het verband, de volgorde en context waarin hij de woorden positioneert. Het centrale punt is dat Marie en Meursault elkaar in de zee (la mer), de moeder (la mère), omhelzen.
Meursault, Marie en mer-maman; een soort ménage à trois au bain-marie, dat je hier desnoods neutraal kunt ‘vertalen’ met: een natte, zilte, driehoeksverhouding.

frapperen
Aan het begin van hoofdstuk 6 kloppen Marie en Meursault op de deur van Raymond, als ze de trap aflopen, op weg naar buiten, de straat op. ‘En descendant, nous avons frappé à la porte de Raymond.’ Frapper = kloppen, slaan, treffen.
De achternam van Raymond is Sintès, net zoals de familienaam van Camus’ moeder (la mère) die Catherine Sintès heette. Aan het slot van het hoofdstuk (p. 93) klopt Meursault op de deur van het ongeluk: ‘Et c’était comme quatre coups brefs que je frappais sur la porte du malheur.’ Meursault lost vijf schoten, maar de laatste vier zouden hem fataal worden, omdat hij tussen het eerste schot en de volgende vier, even wacht. Dat maakt zijn moord op de arabier tot een moedwillige misdaad, die onmogelijk als impulsieve, toevallige, daad gekwalificeerd kan worden.

De slang bijt in haar staart : Meursault klopt op de deur van Sintès en daarmee klopt hij op de deur van het ongeluk, de narigheid (le malheur). Het klopt allemaal precies.

kuise Camus
 Camus is een keer nog preutser als het om seks gaat, en wel in hoofdstuk 2 van deel twee (in de nederlandse vertaling hoofdstuk 8, p. 79) p. 119. Meursault zit in de cel en beklaagt zich tegenover de hoofdcipier dat hij het onrechtvaardig vindt dat de gevangenen geen omgang met vrouwen mogen hebben. De cipier antwoordt dat dat onderdeel van de straf uitmaakt. Meursault antwoordt: ‘Dat is waar. Anders zou het geen straf meer zijn’. De cipier: ‘ “ Juist, u begrijpt hoe de zaken erbij staan. De anderen niet. Maar die helpen zich tenslotte zelf.” Daarna vertrok de cipier. De dag daarop volgde ik het voorbeeld van de anderen.’ In mijn franse druk heeft Camus dit laatste geschrapt. De cipier: “ ’Oui, vous comprenez les choses, vous. Les autres non. Mais ils finissent par se soulager eux-mêmes.“ Le gardien est parti ensuite.‘ Daarop volgt direct het zinnetje over het roken en de cigaretten.

Morriën heeft kennelijk vanuit een franse druk gewerkt, waarin de zin staat waaruit kan worden opgemaakt dat Meursault aan het masturberen slaat, net als de andere gevangen. Naderhand heeft Camus de zin eruitgehaald. Ook in de Engelse versie – versie is beter dan vertaling, omdat je het frans van Camus nooit één op één vertalen kunt – van Sandra Smith ontbreekt de zin die aan Meursaults onanie hint. Smith schrijft wel (p. 69): ‘I was tormented by the desire to have a woman.’ Dit staat er in het frans niet, maar het zou er evengoed hebben kunnen staan. Waarom niet. Dat is het leuke en verrijkende van vertalingen lezen naast het origineel: het complementeert of corrigeert vaak je eigen lezingen.

De hoofdcipier snijdt het onderwerp van vrouwen tegenover Meursault aan. Hij informeert Meursault dat dat het eerste is waarover de andere gevangen zich beklagen: ‘C’est lui qui, d’abord, m’a parlé des femmes. Il m’a dit que c’était la première chose dont se plaignaient les autres. Je lui ai dit que j’étais comme eux et que je trouvais ce traitement injuste.’ (p. 119) Meer schrijft Camus er niet over. Alleen benadrukt Meursault ook hier dat hij net alle andere mannen / mensen is en dat hij de opgelegde onthouding onrechtvaardig vindt. Onrechtvaardig.

‘De vreemdeling’ van Camus wordt steeds vreemder, naarmate hij mij als lezer vertrouwder wordt en dat is vreemd, en toch ook weer niet, want kan het ook niet zijn dat de lezer almaar vreemder wordt en dus steeds meer zichzelf?

* * *

Meer over l’Etranger op:

https://www.jerry-mager.nl/?s=meursault

http://nelpuntnl.nl/moet-meursault-worden-onthoofd/


literatuur:

Albert Camus (uitg. 2014): L’Étranger / Paris: Gallimard – Folio / ISBN: 978-2-07-036002-4 (pbk)

Nederlandse versie door Adriaan Morriën (2011): De vreemdeling / Amsterdam: De Bezige Bij / ISBN: 978 90 234 6257 6 (pbk)

Engelse versie door Sandra Smith (2013): The Outsider / Penguin Modern Classics / ISBN: 978-0-141-19806-4

Gilles Deleuze & Félix Guattari (1986/1975:67): Kafka: Toward a Minor Literature / Minneapolis & London: The University of Minnesota Press  /  ISBN: 978-0-8166-1515-5 (pbk); oorspronkelijk in 1975 verschenen in het frans bij Editions de Minuit, Paris 1975

Erving Goffman (1958): The Presentation of Self in Everyday Life  / Edinburgh: University of Edinburgh Social Sciences Research Centre, Monograph No. 2

kaart-algerije

 
Leave a comment

Posted by on oktober 27, 2014 in leuke dingen voor de mens, literatuur

 

Tags: , , , , , , , , , , , ,

Vermoordt Meursault zijn vader en wil hij met zijn moeder trouwen?

Jerry Mager
op nelpuntnl.nl, 2014 september 20, 21

‘Alles welbeschouwd is de beste manier om te praten over wat men liefheeft, er luchthartig over praten. Wanneer het over Algerije gaat ben ik altijd bang een gevoelige snaar in mijn innerlijk te raken, waarvan ik het blinde en plechtige lied ken. Maar in ieder geval kan ik zeggen dat Algerije mijn echte vaderland is en dat ik, waar ook ter wereld, haar kinderen en mijn broeders herken aan die vriendschappelijke glimlach die ik in mij voel opkomen als ik hen ontmoet.’
Albert Camus (1998:561): Kleine gids voor steden zonder verleden

Bijna iedereen die deze titel leest, denkt direct aan het verhaal van Oedipous (hij met de doorboorde / gezwollen voeten) en aan Sigmund Freud. Oedipous doodt zijn vader Laios zonder te weten dat het zijn vader is. Vervolgens overwint hij de sfinx waardoor Thebe gered is. Als beloning trouwt hij met zijn moeder, koningin Iocaste. Volgens Sigmund Freud beschouwt het mannelijke kind in de oedipale ontwikkelingsfase, zijn vader als rivaal, concurrent, om moeders gunst.
Meursault is de protagonist, het hoofdpersonage, in het verhaal L’Étranger van Albert Camus. Deze Meursault staat terecht en wordt veroordeeld voor het doodschieten van een ander mens, een Arabier. Het verhaal is gesitueerd in Algerije toen dat een kolonie van Frankrijk was. Het verhaal begint met de informatie, de vaststelling: Vandaag is moeder dood / ‘Aujourd’hui, maman est morte.‘ Dit wordt altijd vertaald met: Vandaag is maman/moeder gestorven/overleden. Er staat echter: ‘est morte’ en bijvoorbeeld niet ‘mourût’ (passé simple). Ik ben tot de slotsom gekomen dat ‘is dood’ voorlopig nog de beste vertaling is. Maar, dat kan veranderen. Moreau Oedip_sfinx

Meursault constateert: Vandaag is moeder dood. Hij meldt dat aan de lezer, maar ook aan zichzelf. Wanneer zijn moeder precies overleed is niet vast te stellen. Meursaults vader is al dood en Meursault realiseert zich dat hij dus wees is. Dat wil zeggen dat zijn maatschappelijke status is veranderd.

identiteit
Je kunt je Meursault aan het begin van het verhaal als een Oedipous voorstellen, maar dan in omgekeerde richting gaande.
Koning Laios laat zijn zoontje Oedipous met doorboorde voeten in het bos aan een boom binden, opdat wilde dieren hem zouden verscheuren. Een herder vindt het jongetje en redt zijn leven waardoor de verschrikkelijke profetie kan worden verwerkelijkt en bewaarheid. Langzamerhand wordt duidelijk wie Oedipous is en wat hij (onwetend) heeft gedaan. Oedipous werd grootgebracht zonder te weten wie zijn echte ouders zijn, maar komt daar allengs achter. Oedipous bevestigt zijn tragische identiteit door de gruwelijke daden die hij begaat, waarbij hij zware maatschappelijke taboes doorbreekt en heilige voorschriften overtreedt.

Meursault wordt weliswaar grootgebracht door een moeder, maar beseft allengs dat hij steeds minder weet wie zijn ouders werkelijk zijn – en dus wie hij is. De dood van zijn moeder (‘Maman est morte’) maakt zijn identiteit definitief onbestemd, zet zijn bestaan op losse schroeven. Zijn tragische lot wordt net zo bepaald door het toeval als dat van Oedipous.
Het woordje ‘hasard’ komt op de relevante momenten veelvuldig voor (Fo, 144), net als ‘malheur’ (een ongeluk), maar de juristerij wil daarvan niets weten, kan daar immers niets mee. Het is haar taak het toeval te vonnissen en per-ongelukjes uit te schakelen. Zij wil motieven horen en probeert achter drijfveren te komen. Bij Meursault is ze daarvoor echter aan het verkeerde adres. ‘Alles en niets is waar’ / ‘Tout est vrai et rien n’est vrai.’ Om motieven voor je daden te hebben, moet je immers weten wie je bent en een omlijnd doel nastreven, in ieder geval kunnen formuleren en motiveren.

Meursault laat zich niet plaatsen, hij laat zich niet onderbrengen in de daar ter plekke en dan geldende categorieën, hij is vreemd, hoort nergens bij. Meursault wordt daarom als een bedreiging beschouwd en ervaren. Zijn proces, berechting en vonnis zijn een ontkenning van zowel de identiteit en individualiteit van Meursault als van die van de arabier. De Franse koloniale overheerser, in de persoon van juristen en clerus, dicteert de werkelijkheid en definieert de waarheid.

Nog een omgekeerde identiteitsontwikkeling in het verhaal is die van de naamloze autochtoon tot Algerijn. Meursaults slachtoffer is een naamloze arabier, een inlander, die geen naam heeft. Aan de inlanders wordt in L’Étranger gerefereerd als arabieren of moren. Zij vormen en bevolken de vijandige en bedreigende buitenwereld. Ook als zij onverschilligheid veinzen, vooral dan. Alleen de Fransen/europeanen hebben namen. Meursault heeft slechts een achternaam, die tevens soortnaam is.
Algerije bevecht haar onfhankelijkheid op Frankrijk. Alle pied noirs – een bonte verzameling landslui – zullen Meursaults blijken te zijn, die zich noch Algerijn noch Fransman kunnen voelen en noemen. Tussen wal en schip geraakt, ontworteld en ontheemd, misschien vergelijkbaar met de sans papiers van tegenwoordig. Julia Kristeva extrapoleert dit verder, door ons allemaal tot Meursaults op deze planeet te bestempelen.

Zou Meursault zijn moeder dood gehad willen hebben? Meursault is van mening: ‘Alle gezonde naturen hadden in meerdere of mindere mate naar de dood verlangd van de mensen van wie ze hielden.’ (AM, 66; Fo, 100 > AM = Adriaan Morriën, vertaler; Fo = Folio, Franse tekst). Of hij van zijn moeder hield? ‘Ja, net als iedereen’/ ’Oui, comme tout le monde.’ / ‘Wat ik wel met zekerheid kon zeggen was dat ik liever had gezien dat moeder niet was gestorven.’ / ‘Ce que je pouvais dire a coup sûr, c’est que j’aurais préféré que maman ne mourût pas.’ (AM, 66; Fo, 100) Het is Meursault allemaal om het even. Zou Meursault zijn vader hebben willen doden? Dat weten we niet, maar ik acht dat niet onmogelijk. Alleen niet op de ‘normale’ manier vermoorden, maar toevallig, per ongeluk, niet wetende dat het zijn vader was en zonder dat er een bedoeling, een intentie, een motief, aan zijn daad ten grondslag zou liggen. Precies zoals hij de arabier doodschoot..Orientalism_50prct

oriëntalisme
L’Étranger bestaat uit twee delen: vóór en ná de moord. Na de moord wordt Meursault gevangen gezet en door de mangel gehaald van het Franse penitentiaire systeem en de katholieke kerk. De aanleiding voor zijn proces en uiteindelijke veroordeling tot de guillotine, sneeuwt snel onder en komt eigenlijk niet meer ter sprake. Alle aandacht richt zich op de gevoelloosheid die Meursault bij de dood van zijn moeder tentoon spreidt. Dat is ongepast en buitenissig, bijna exotisch en oriëntaals onaangedaan.
Lees maar hoe de manier van kijken van de Arabieren projecterend wordt beschreven (AM, 51; Fo, 77): ‘Ils nous regardaient en silence, mais à leur manière, ni plus ni moins que si nous étions de pierres ou des arbres morts.‘ / Ze bekeken ons zwijgend, zoals zij dat doen, alsof we niet anders waren dan stenen of dode bomen. [mijn vertaling; jm]
Het verband met Oedipous drong zich aan mij op toen ik het verhaal voor de zoveelste maal herlas, terwijl ik kort daarvoor een tekst van Michel Foucault had gelezen. Op de relatie met Foucault ga ik hier niet verder in, dat komt ongetwijfeld in een volgende blog, maar ik heb het dus niet zelf bedacht of verzonnen. Foucault trouwens ook niet.

misselijke vader
In afwachting van zijn onthoofding denkt Meursault aan zijn vader (AM, 114; Fo, 165-166) door een verhaal dat zijn moeder hem over zijn vader heeft verteld: ‘Ik had hem niet gekend. Het enige dat ik met zekerheid over deze man wist, was misschien wat moeder me toen over hem had verteld, namelijk dat hij een keer naar de terechtstelling van een moordenaar was gaan kijken. Hij was al ziek geworden bij de gedachte dat hij erheen zou gaan. Toch was hij gegaan en na zijn terugkeer had hij de halve ochtend moeten braken. Dat verhaal had me toen een zekere afschuw voor mijn vader bezorgd. Maar nu begreep ik. Het was zo natuurlijk.
Hoe was het mogelijk dat ik niet had ingezien dat er niets belangrijker was dan een terechtstelling en dat die in zekere zin voor een mens zelfs het enige werkelijk belangwekkende betekende. Als ik ooit uit de gevangenis zou komen, dan zou ik naar alle terechtstellingen gaan kijken.’
Meursault wil zijn vader overtreffen en maakt hem daarbij tegelijk tot karikatuur. Meursault wil dat wat niet kan en dwingt zichzelf daarmee in de onzijdige positie, de onaangedane toeschouwer voor wie niets en alles even belangrijk en dus onbelangrijk is.

bedouinemeisjes-1

humor
Afhankelijk van de stemming waarin verkeer, lees ik die bovenstaande passage over de vader als humor, als het-de-lezer-op-de-hak-nemen, als tongue-in-cheek-bewijs van Meursaults morbide verdorvenheid, als index voor het feit dat Meursault helemaal niet onverschillig is jegens de gebeurtenissen des levens, als sneer naar de doodstraf en dan in het bijzonder middels de Franse valbijl, het justitiële systeem, de kerk, de maatschappij en verder nog wat andere zaken misschien?
Waarom eigenlijk voelt Meursault afschuw jegens zijn vader? Is het omdat de man naar een onthoofding is gaan kijken, omdat hij niet tegen het schouwspel kon, beide, om iets anders? Meursault stelt zich voor hoe het moet zijn om de rol van toeschouwer bij een publieke executie te vervullen en daarna te kunnen braken. Na dat beeld krijgt hij het verschrikkelijk koud en krimpt onder zijn deken ineen: ‘Mijn tanden klapperden zonder dat ik het kon tegenhouden.’

Freud revisited
Meursault heeft zijn vader nooit gekend en hij heeft dus de oedipale fase met de bijbehorende conflicten die samenhangen met de strijd om moeders gunst, niet doorlopen. Hij hoort nota bene van zijn moeder dat zijn vader is gaan kijken naar een publieke onthoofding. Meursault senior was als het ware getuige van de toekomstige terechtstelling van zijn zoon. Meursault junior wordt immers tot de guillotine veroordeeld. Meursault junior delft dus na de dood van zijn moeder en vader alsnog het onderspit in de strijd tegen zijn vader, die hij nooit als sparring partner in een normale ontwikkeling is tegengekomen.
Mevrouw Meursault is weduwe, une veuve (ook de guillotine werd la veuve genoemd). In het verhaal uit de krant die Meursault in zijn cel vindt (zie hierna), vermoordt een moeder haar zoon. Ik meen dat Vladimir Nabokov ergens (Invitation to a Beheading ?) de geslachtsdaad tussen man en vrouw metaforisch verbeeldt als een onthoofding – maar dit zou ik moeten nazoeken. Van hieruit kun je relaties leggen met castratie-angst, incest (Oedipous – Iocaste), homosexualiteit (Laios en Chrysippus, de zoon van Pelops) en een oeverloze zee van andere (psychoanalytische) interpretaties. Bijzonder boeiend om er op deze manier over na te denken en spannend om mee te stoeien.sigm-freud 3 meesters

spelbreker
Meursault is allesbehalve gevoelloos. Hij is onverschillig, en wel jegens de foute dingen, in die specifieke context. Meursault vertikt het – zijns ondanks – om de Franse instituties houvast aan hem te verschaffen. De Franse juristerij en de clerus willen hem determineren, identificeren, maar Meursault is spelbreker en dus moet hij vernietigd worden, ausradiert.
De volgende passage over identiteit is humor (AM, 89; Fo, 132): ‘Nog eens moest ik mijn naam, beroep en woonplaats opgeven en ondanks mijn geprikkeldheid vond ik eigenlijk dat het nogal vanzelf sprak, want het zou al te erg zijn wanneer de verkeerde veroordeeld werd.’ De impliciete vraag in dit verhaal is voor mij als lezer, of inderdaad de juiste persoon wordt veroordeeld, want waar gaat het proces eigenlijk over?

juristerij
Die vraag stelt de advocaat van Meursault ook (AM, 99; Fo, 145): ‘Ik vraag u, wordt hij beschuldigd zijn moeder te hebben begraven of een man te hebben gedood?’ Na het proces van Meursault zal een vadermoordenaar worden berecht en de openbare aanklager verbindt die twee strafzaken op een manier die Oedipous op z’n kop zet. [vignet > moeder vermoordt zoon] De aanklager (AM, 99; Fo, 146): ‘ik beschuldig deze man een moeder te hebben begraven met het hart van een misdadiger.’ / ‘ …. d’avoir enterré une mère avec un coeur de criminel.’ Nota bene: ‘une mère, niet: ‘sa mère’ en bovendien weet ik niet op wie dat misdadige hart betrekking heeft: op de moeder of op Meursault? Op bladzijde 105 AM (Fo, 154) legt de aanklager expliciet het verband tussen de vadermoordenaar en Meursault: ‘ “Ik ben ervan overtuigd mijne heren … dat gij mijn gedachten niet al te vermetel zult vinden wanneer ik zeg dat de man die hier op deze bank zit ook schuldig is aan de moord die dit hof morgen zal hebben te berechten. Hij dient overeenkomstig te worden gestraft”.‘

dubbele moord
Volgens de aanklager is Meursault dus ook een vadermoordenaar. Hij moet worden berecht voor maar liefst twee moorden: die op zijn moeder en op zijn vader. Terwijl hij een arabier heeft doodgeschoten. Blijkbaar heeft Meursault zwaar gezondigd tegen de taboes, regels, codes en geboden die in dat koloniale wereldje angstvallig in acht genomen worden. De Fransen in hun koloniën zijn blijkbaar beducht om hun identiteit en superioriteit en Meursault laat zich niet paaien hun kant te kiezen.

Meursault heeft de Arabier naar zijn zeggen zonder opzet en per ongeluk gedood, net als Oedipous zijn vader per ongeluk doodde. Misschien is dat ‘per ongeluk’ en ‘bij toeval’ een extra verzwarende omstandigheid, want moedwillig een Arabier vermoorden, zou wellicht (off the record natuurlijk) teminste nog als de daad van een ware Fransman hebben kunnen worden aangemerkt. Het zou in die koloniale context in ieder geval begrijpelijk gevonden kunnen worden. Zelfs een criminele Fransman is tenminste een Fransman en een crimineel. Maar Meursault wil niets en alles tegelijk zijn en daar hebben de autoriteiten geen geduld en geen genade mee.

Oedipous ondersteboven vanwege het vignet (AM, 81; Fo, 122-23) over de zoon die door zijn moeder en zuster vermoord wordt vanwege zijn geld. Meursault leest het verhaal in een stukje krant dat hij in zijn cel onder zijn matras vindt. De beide vrouwen uit het krantenbericht herkennen hun zoon en broer niet, die zich – om hen te verrassen – niet aan hen bekend maakt. Als ze achteraf de waarheid te horen krijgen, hangt de moeder zich op en de zuster verdrinkt zich. camus 2 redenen-30 prct

huwelijk = zelfmoord
Meursault: ‘ “dat verhaal moet ik wel duizenden malen hebben overgelezen. Aan de ene kant leek het onwaarschijnlijk, maar aan de andere kant was het volkomen natuurlijk. In elk geval vond ik dat de reiziger zijn lot een beetje had verdiend en dat men er nooit een spelletje van moet maken.” ‘
Meursault heeft iedere steen in zijn cel uit het hoofd geleerd, maar hij leest dit verhaaltje duizenden malen? Wil hij de plaats van de vermoorde zoon innemen, of voelt hij zich door zijn moeder vermoord? Een omkering: zijn moeder heeft hem geestelijk vermoord. Wat is er natuurlijk aan het vermoorden van een onbekende in zijn slaap met het doel hem te beroven? Meursault vindt dat je met identiteit geen spelletjes moet spelen. In ieder geval is het hier een moeder die (per ongeluk) haar zoon doodt, zonder zijn ware identiteit te kennen, of omdát zij niet wist wie hij was. Iemand in zijn slaap vermoorden om zijn geld is niet netjes, maar blijkbaar minder erg als het geen familie is.
Trek je deze redenering door dan vindt Meursault zijn eigen veroordeling ook niet zo vreemd, want hij kan immers niet duidelijk maken wie hij is, men gelooft hem niet als hij zegt dat hij net als ieder ander mens is. (AM, 67; Fo, 101) Niemand wil tot een Meursault worden bestempeld. Meursault is een melaatse – net als de arabische verpleegster, die bij zijn dode moeder waakt  / ‘ … j’ai vu qu’elle portait sous les yeux un bandeau qui faisait le tour de sa tête. À la hauteur du nez, le bandeau était plat.’ (Fo, 14-15); zij heeft onder het verband blijkbaar geen neus meer. Daarom verwerpt Meursault ook zelf zijn gratieverzoek. Hij ziet er de logica van in dat hij onherroepelijk moet verdwijnen. Hij past niet in het pulletje. Had hij die man niet doorgeschoten dan was Meursault vermoedelijk blijven doorsudderen in de dodelijke sleur en routine zoals die in het eerste deel van het verhaal beschreven worden.Totdat hij onder tram zou zijn gekomen, of met Marie trouwt. mariage_algerien_1

Over het huwelijk schijnt Camus ooit een grapje in deze trant te hebben gemaakt. Op de vraag wat volgens hem de zekerste manier van zelfmoord was, zou hij hebben geantwoord: een vaste baan + een pistool, of het huwelijk. Meursault bekent Marie dat hij niet van haar houdt, maar geen bezwaar heeft tegen een huwelijk met haar. Het formele huwelijk betekent een administratieve status, en daar is Meursault allergisch voor. Als het huwelijk hem echter overkomt, kan hij daar niets tegen doen.

breisters
Het is haast jammer om bepaalde informatie te gebruiken om het verhaal sluitend te interpreteren, zoals het felle licht in het vertrek waar zijn moeder ligt opgebaard en dat Meursault niet kan uitdoen of dimmen; het is aan of uit, digitaal dus. Dat licht doet me denken aan de tropenzon die Meursault fataal zal worden. Meursault banjert uren in de tropische middagzon en heeft natuurlijk een zonnesteek opgelopen. In die toestand schiet hij iemand dood. Van een zonnesteek moet je meestal braken. Meursault relateert het braken van zijn vader aan zijn zonnesteek.
De breiende Arabische verpleegster, die vermoedelijk melaats is, fungeert als voorafje voor het guillotineren. Aan de voet van de guillotine in Parijs zouden namelijk altijd breisters, tricoteuses, zitten.Er blijft gelukkig nog genoeg over om je als lezer door te laten verrassen.

tricoteuses de la veuveactuele absurditeit
L’Étranger wordt als absurde vertelling beschouwd. Hoe vaker en nauwkeuriger je het verhaal echter leest, hoe minder absurd het allemaal wordt. Ik merk tijdens het lezen dat ik vaak tussen ‘karikatuur’ en ‘absurditeit’ zit. Ik geloof dat het voor een belangrijk deel aan de (culturele?) context ligt of je iets als absurd of karikaturaal ervaart.
In de tijd waarin Camus en Meursault leefden, was kolonialisme een gangbaar en gebruikelijk paradigma. Meursaults opstelling en houding zou je vanuit dat oogpunt als absurd kunnen typeren. Nadat kolonialisme úit was en de meeste koloniën zelfstandig waren geworden, kon je het optreden van het koloniale machtsestablishment – in L’Étranger wordt dat verpersoonlijkt door de magistratuur en de clerus – als absurd bestempelen. Camus steekt trouwens ruimhartig de draak met beide instituties, getuige de manier waarop hij juristerij en clerus neerzet. Hij lijkt te karikaturaliseren, maar het absurde ligt ‘m dan weer in het gegeven dat hij gelijk kan hebben en vaak ook gelijk heeft. Absurd dat er zulke juristen/rechters en geestelijken rondlopen.

Hoe kijken wij over 50 jaar terug op bijvoorbeeld het ‘project Europa’, de invoering van de euro, het vrijemarkt-fundamentalisme, de NAVO, de IS en de kwestie Rusland-Oekraïne? Voor mij is de agressieve, onbekookte, snelle uitbreiding van de EU absurd. Ik beschouw het als een vorm, een modaliteit, van achterhaald, financieel gedreven winstgericht neokolonialisme-met-oogkleppen.
Voor de EU-craten echter is de ‘het project Europa’ een dikke goedbelegde boterham, gesneden koek. Personen die niet zo hard van stapel wensen te lopen, zijn in hun ogen waarschijnlijk abjecte absurdisten, Meursaults die verdienen geneutraliseerd te worden. De massa van ons bestaat in toenemende mate uit vreemdelingen en heeft geen invloed op de gang van zaken. Die wordt in Brussel, Washington en waar al niet verder, bedisseld. De meesten van ons zijn Meursaults, niettegenstaande de geavanceerde communicatiemiddelen en –mogelijkheden die ons ten dienste staan.
Krantenberichten kunnen we maar beter met kilo’s zout nemen en dubbelchecken waar mogelijk. We stemmen, omdat het bij ‘de Democratie’ schijnt te horen. De anonieme arabier uit L’Étranger snijdt nu voor de camera mensen de keel door en heeft een eigen staat, de IS, gesticht. Ons antwoord: bombarderen. Die ander, die beangstigende vreemdeling, maakt echter deel van onszelf uit, étrangers à nous-mêmes.
Met Rusland is het bijna hetzelfde verhaal: zij zijn de vijand, wij zijn de good guys, die het beste met de wereld voorhebben. Gaan wij het winnen? Tot de volgende 9/11 en met nog hoeveel MH17s ertussen? Absurd.

Een troost: L’Étranger behoort in ieder geval tot het genre voordelige boeken. Het is een koopje. Je leest iedere keer een ander verhaal. Daarom kun je L’Étranger best in meerdere uitgaven en vertalingen aanschaffen, hetgeen een extra dimensie toevoegt aan het leesplezier, want ieder vertaling resulteert opnieuw in een ander verhaal.

* * *

Meer over L’Etranger:
https://www.jerry-mager.nl/leuke-dingen-voor-de-mens/de-moeder-zee-en-zee-moeder-in-de-vreemdeling-van-albert-camus/

Gebruikte uitgaven:

Franse tekst L’Étranger, Gallimard: Folio (2014/1942), ISBN: 978-07-036006-4 (paperbackje)

Vertaling Adriaan Morriën (2011/1949): De vreemdeling, bij de Bezige Bij (Amsterdam), ISBN: 978 90 234 6257 6 (paperback)

Referenties

Camus: ‘De zomer’ in de Bezige Bij bundel uit 1998 / Amsterdam / ISBN: 90 234 3756 x CIP; Franse tekst uitgave Gallimard (1959/1967/1936,1937,1938/; nr. 30-33-2154-01): Noces / L’Été / het citaat aan het begin staat op bladzijde 134: ’ ….. Mais je puis bien dire au moins qu’elle est ma vraie patrie et qu’en n’importe quel lieu du monde, je reconnais ses fils et mes frères à ce rire d’amitié qui me prend devant eux.’

Het vignet over de moeder die haar zoon vermoordt, uit de krant in L’Étranger, gebruikt Camus voor zijn toneelstuk Le Malentendu (1942, Théâtre Mathurins, met Maria Casarès in de hoofdrol)

Julia Kristeva (1988): Étrangers à nous-mêmes / Paris: Fayard / ISBN: 2-213-02177-5
Nederlandse vertaling: ‘De vreemdeling in onszelf’ / 1988; Amsterdam: Contact / ISBN: 90 254 6831 4 / NUGI 644

[Pro memorie: Meursault doet denken aan Boldwood > hardhout, uit Thomas Hardy’s Far from the madding crowd, maar Boldwood is schematischer, karikaturaler, dan Meursault].

[PM: Meursault spelbreker > Huizinga > Homo Ludens]

 

 

link >  nelpuntnl.nl

 

 
Leave a comment

Posted by on september 20, 2014 in leuke dingen voor de mens, literatuur

 

Tags: , , , , , , , , , , , ,